Wreck This Journey

Over de reis langs het verhaal van
Wreck This Journal en This is not a Book

#5

‘Dit is vriend’

Ha, tijd voor een nostalgische opdracht. Ogen en snorren uitknippen om er mannetjes mee te maken, fantastisch.

Het deed me heel erg denken aan lagereschoolopdrachten en kleuterklasknutselen. Wie heeft niet ooit ‘grashaar’ gekweekt door aarde in een nylonkous te kieperen, zaadjes erin te planten en een gezicht op de kous te tekenen. Of wie had geen kleurboeken waar stickervellen in zaten verstopt om het hele boek te pimpen. Waar is de tijd naartoe.

Hoe ik bij Wreck This Journal nog bang was om de kaft van het boek te beschadigen/aan te tasten/te wijzigen/te vernielen, plakte ik nu zonder moeite gezichtjes op de kaft. Alsof het niets was.

En omdat het zo vlot ging, heb ik maar onmiddellijk van m’n cactusbloempot ook ‘een vriend’ gemaakt. Het is niet echt m’n stijl om m’n selectief gekozen interieur te pimpen met gezichtjes, maar dit is niet zomaar pimpen. Dit is van een cactusbloempot een vriend maken. (De geweldig cactus heb ik trouwens van de al even geweldige Marieke gekregen, die de cactus kocht in een dierenwinkel!)

En toegegeven, elke keer ik naar m’n boekenplank kijk en de cactusman (ja, het is niet langer een plant, maar een persoon nu) zie staan, moet ik lachen.

#4

‘Dit is zomaar een gebeurtenis’

Een touwtje op een blad laten vallen en natekenen hoe het ligt. Oh, het klinkt zo makkelijk. Maar probeer eens een touwtje met dertig krullen erin na te tekenen.

Maar het is toch gelukt, zomaar.

#3

‘Dit is een grens’

Grenzen zijn een bijzonder concept. Ze zijn er in alle soorten en maten. Praktische grenzen, ethische grenzen, esthetische grenzen. Toch betekent een grens niet voor iedereen hetzelfde. Voor de één is te dicht komen zitten op de tram een grens overschrijden (ik ben beken, ik heb daar een bloedhekel aan), voor de ander is het geen probleem als z’n buur op de bus z’n nagels knipt. Eigenlijk lopen we de hele dag tussen onze eigen en de grenzen van een ander. Laverend, om vaak zo veel mogelijk grenzen te vermijden.

Maar ik hou me niet echt altijd aan grenzen. In bed bijvoorbeeld. Als het er eerlijk aan toe gaat, hebben twee mensen in een tweepersoonsbed elk even veel plaats. Elk op z’n eigen helft. In theorie toch.

Ik ben het type vrouw dat eigenlijk twee derden van het bed inpalmt. En dat ik daar niets kan aan doen. Ik ben een brede slaper, een woeler, een dromer, een wriemelaar, een irritant geval. Ik probeer dat, aan m’n kant blijven. Maar het is zo goed, daar in het midden. Zo aangenaam om op twee kussens tegelijk te liggen. Zo leuk om m’n lief in de buurt, maar niet te dicht te hebben. Het midden van het bed, dat verdient eigenlijk poëzie.

Daarom heb ik het boek op het bed gelegd, om te zeggen dat mijn grens eigenlijk niet in het midden loopt. Het spijt me, m’n beste spondegenoot.

PS: Soms krijg ik telefoontjes, vermanende telefoontjes. Dat ‘t hier soms zo stil is, wanneer ik nog ‘ns een opdracht ga uitvoeren. Ik doe m’n best, om alles te doen wat ik graag wil doen. M’n bibboeken op tijd uitlezen, al  die nieuwe recepten proberen, in de tuin zitten en de kat pesten. En af en toe zotte dingen doen met een boek, natuurlijk.

#2
‘Dit is een gebruiksaanwijzing’
Dat komt er dus van, als je gebruiksaanwijzingen volgt van een boek dat eigenlijk geen boek is en je helemaal niet kan tekenen. Je krijgt iets tussen Kandinsky en kleutertuin.
Maar er zit wel heel toepasselijk een maan in, zoals het eerste stuk van m’n achternaam. Verder heb ik duidelijk niet veel affiniteit met de tekenkunsten.
Toeme toch.

#2

‘Dit is een gebruiksaanwijzing’

Dat komt er dus van, als je gebruiksaanwijzingen volgt van een boek dat eigenlijk geen boek is en je helemaal niet kan tekenen. Je krijgt iets tussen Kandinsky en kleutertuin.

Maar er zit wel heel toepasselijk een maan in, zoals het eerste stuk van m’n achternaam. Verder heb ik duidelijk niet veel affiniteit met de tekenkunsten.

Toeme toch.

#1 
‘Dit is een geheime identiteit’

{Mijn naam is Alfred, aangenaam! Op 19 februari 1950 werd ik geboren in het Zwitserse Zürich. Mijn dagen vul ik met het bestuderen van de kernfysica op mijn kantoor in Bern. Naast atomen hou ik ook van chocolade, katten, cognac en maatpakken. Honden, venkel, kreukels en het kleur oranje kunnen me minder bekoren.

Dagelijks fiets ik naar het werk, ik tem er atomen en ga na de uren wel eens bierproeven met collega’s. Thuis tem ik onsuccesvol m’n twee katten, kook ik graag en strijk ik m’n eigen hemden. In het weekend bezoek ik regelmatig de schaakclub en als het weer wat meezit ook de zwemclub. Al hangt m’n snor er altijd wat belabberd bij nadien. Verder zijn er ook de collega’s, de vrienden, de echte maten en m’n lieftallige maîtresse.}

Als ik dan toch mocht kiezen wie te zijn, wou ik wel eens een man zijn. Een oudere, ietwat wijze man. Die goed is in alles waar ik niet goed in ben. Fysica, moeilijke materie waar je heel slim voor hoort te zijn.

Maar er liggen ook veel stukken van mezelf in. Ik hou ook niet van oranje en venkel, maar hou wel van katten en chocolade. Ik fiets ook dagelijks naar het werk en strijk m’n eigen hemden (ook al heb ik er zelf geen).

En de keuze voor Zwitserland was eigenlijk ook uit pure fascinatie. Ze zijn zo neutraal, beweren ook de beste chocolade ter wereld te hebben, betalen niet met de euro en houden zich wijselijk overal van tussen. En ik las iets heel moois in het boek ‘De  oesters van Nam Kee’: ‘Ik voelde even niets, het Zwitserland van mijn emoties’.

Bij deze is de kop eraf van This is not a Book! Santé, op Alfred!

‘This isnot a book’
In de introductie:
‘Dit is helemaal jouw kunstwerk. En houd het volgende in gedachten:1. Vertrouw op je verbeeldingskracht.Dat is de bron van alle ware reizen.2. Niet alles is wat het lijkt.3. Er kan van alles gebeuren.’
De kaft glanst zo mooi, de pagina’s zijn bijna ongelezen. Alles is nieuw, fris. Het gevoel van een nieuw begin. Er is nog niets gebeurd, alles kan nog lukken.
Dit is een nieuw begin. Een nieuwe reis. Maar tegelijk ook het vervolg van die andere reis.
Ik las een paar opdrachten en dacht ‘Dit is moeilijk, moeilijker dan het vorige boek’. Een nieuw begin gaat altijd gepaard met een kleine paniek.
Het is anders. Het boek heeft kleuren! De pagina’s zijn genummerd! De opdrachten zijn van een ander kaliber! 
Dit is een nieuwe uitdaging, een nieuwe test, een nieuw avontuur. Maar vooral, dit is geen boek. Dit is een reis. En route!

‘This is
not a
book’

In de introductie:

‘Dit is helemaal jouw kunstwerk. En houd het volgende in gedachten:
1. Vertrouw op je verbeeldingskracht.
Dat is de bron van alle ware reizen.
2. Niet alles is wat het lijkt.
3. Er kan van alles gebeuren.’

De kaft glanst zo mooi, de pagina’s zijn bijna ongelezen. Alles is nieuw, fris. Het gevoel van een nieuw begin. Er is nog niets gebeurd, alles kan nog lukken.

Dit is een nieuw begin. Een nieuwe reis. Maar tegelijk ook het vervolg van die andere reis.

Ik las een paar opdrachten en dacht ‘Dit is moeilijk, moeilijker dan het vorige boek’. Een nieuw begin gaat altijd gepaard met een kleine paniek.

Het is anders. Het boek heeft kleuren! De pagina’s zijn genummerd! De opdrachten zijn van een ander kaliber!

Dit is een nieuwe uitdaging, een nieuwe test, een nieuw avontuur. Maar vooral, dit is geen boek. Dit is een reis. En route!

‘This iiiiiiiis the eeeeeeeeeend’, horen we Adèle de laatste maanden regelmatig kwelen op de radio. Wel, het komt eindelijk eens van pas.

Want het is gelukt, ik heb ‘Wreck This Journal’ van Keri Smith helemaal ‘uit’. Gesloopt en gesleept. Van de eerste tot de laatste opdracht. 30 mei 2011 was ik eraan begonnen. En vandaag, 17 maart 2013 is het af.

Tijd was een issue. Het kostte tijd om alles zorgvuldig te indexeren, te archiveren, neer te schrijven. Maar het zorgt er wel voor dat deze unieke reis niet verloren zal gaan.

Ik vond ook de eerste foto terug die ik maakte van het boek (helemaal bovenaan). Er lijkt niet heel veel veranderd, maar toch. Op de derde foto zie je hoe het boek heeft afgezien, hoe het werd gemarteld en werd getransformeerd tot een klein kunstwerk. Mijn kunstwerk.

En? Ben ik nu roekelozer gaan leven? Een beetje. Dit boek heeft m’n grenzen verlegd. Het heeft me gedwongen dingen te doen die ik anders niet had gedaan. Met een boek aan een koordje rondlopen in een park, verfpropjes schieten, pagina’s scheuren, knippen, vernielen, het meenemen onder de douche. Sommige opdrachten hebben me uitgedaagd om er iets goeds van te maken, iets van mezelf. Ik ben vaak, heel vaak uit m’n comfortzone moeten stappen.

En om al die verworven ‘ik-verniel-boeken-als-hobbyskills’ niet verloren te laten gaan, heb ik beslist om ook de rest van het parcours af te leggen. Zou ik het kunnen, nog een boek afwerken? We zullen zien. Keri Smith heeft gezorgd voor een vervolg van ‘Wreck This Journal’, dus we gaan ervoor. YES!

PS: Eén van de reacties die ik het vaakst heb gehoord op dit verhaal: ‘ik heb dat boek ook, maar durf er niet in te beginnen’. De klassieke angst waar elke beginneling mee kampt. Laat het los, doe het toch. Op je eigen tempo. Probeer het. Voor jezelf. Stap buiten dat hoekje van angst en je zal in een andere wereld komen. Beloofd.

*Opgelet: deze post kan schokkende beelden bevatten voor boekenliefhebbers

‘Neem
dit boek
mee
onder
de
douche’

Het was één van de eerste opdrachten die ik las toen ik het boek kocht. En het overviel me als een sneeuwbui in maart. ‘Hoe speel ik dat in godsnaam klaar’, mopperde het kleine stemmetje in m’n hoofd. ‘Dit lukt me nooit’, zeurde het verder. ‘Onbegonnen werk’.

Bij de start had ik beslist om deze opdracht als allerlaatste uit te voeren. Misschien was ik toen zelfs niet zeker ooit het einde te halen.

En daar staan we dan, het boek en ik. Veertien maanden later (eigenlijk is het langer, maar veertien maanden ben ik effectief met het boek bezig geweest). M’n lijf en verschrompelde zieltje schreeuwden: ‘neeeeee’. Maar ‘t is gebeurd. Het boek is mee onder de douche gegaan. Het zoog water als een dorstige stakker in de Sahara.

Ik, de schijtbroek, de autist, de controlefreak, de boekenliefhebber, de perfectionist heb een boek meegenomen onder de douche.

Ik heb dit boek ‘helemaal’ vernield.

Wat dat met me heeft gedaan, vertel ik in de epiloog van dit verhaal. En het wordt misschien wel de proloog van een volgende reis. Wie weet.

‘Plak het boek dicht. Stuur het naar jezelf.’

Schoorvoetend komt het eraan, de laatste opdrachten. Dit is de voorlaatste.

Omdat de opdracht net wat te eenvoudig was om zelf te doen, heb ik ‘m maar meegegeven met m’n mamaatje, die zich met veel liefde over het boek heeft ontfermd. En die het boek meenam over de landsgrenzen heen, zodat het boek toch ook even op reis mocht.

Zo reisde het boek van Antwerpen naar Oost-Vlaanderen, naar Zeeland, om zo terug te keren naar Antwerpen.

Het was een leegte, zo zonder boek in huis. Ik probeerde me niet te fixeren op de bestaande kans dat het boek zou kunnen verdwijnen. Ongetwijfeld is dat de ondertoon van de hele opdracht en het boek, relativeer de boel een beetje. En toch.

Al die opdrachten, al die uren en dagen samen gespendeerd. Je geraakt er aan gehecht, aan dat hoopje papier. Maar ik hield vast aan de gedachte dat als het boek zou verdwijnen, ik alles heb geïndexeerd en gefotografeerd. En toch. De gedachte dat ik het nèt niet zou kunnen afmaken. Moordend.

En toen kwam het terug thuis, dat mooie boek van mij. In een pakje! Wat een feest! Zoals altijd had m’n mamaatje er haar werk van gemaakt. Weet je nog, dat ze zo goed kan borduren? Hier zo. Juist ja, die is helemaal mee met de hype van het hippe handwerk (al doet die dat al veel langer dan de gemiddelde hipster en kan ze het ook véél beter). En zo zijn al mijn handdoeken gepersonaliseerd, katsjing!

Het zal me dus hopelijk lukken, het boek afmaken. Nog eentje. Als ik straks geen hartaanval krijg, tenminste. De gedachte alleen al, moordend.

‘Doe alsof je krabbelt op de achterkant van een envelop terwijl je aan de telefoon zit’

Het lijkt me een algemeen fenomeen, dat krabbelen. Je weet wel, tijdens een lange opleiding of een langgerekt telefoongesprek. Je brein is bezig, maar je handen niet. Ze doen het bijna automatisch, dat beetje krabbelen.

In mijn geval is er per periode vaak een thema. Zo heb ik een hele tijd bloemetjes gekrabbeld. Of vierkantjes. Of hartjes. Of muisjes. En nu zijn het bolletjes. Want bolletjes, die doen het altijd goed.

Maar Pac-Man is ook een thema momenteel. Eigenlijk sinds ik Wreck-it Ralph heb gezien, zit het weer in m’n hoofd. Ooit heb ik Pac-Man gespeeld op DOS, uren en dagen aan een stuk. Dat is zo een spel dat in mijn geval nooit gaat vervelen.

Dus tijdens het telefoongesprek voor deze opdracht gaf mijn onderbewustzijn het signaal om Pac-Man te tekenen.

Pac-man in een heel chaotisch landschap van gekleurde bolletjes. Ik denk dat mijn onderbewustzijn een beetje psychedelisch is. Oeps.

P.S: Zie je ‘m, zie je ‘m, zie je ‘m. De roze post-it. De voorlaatste opdracht is in aantocht!